Spraak
Te Noordwijk zwom een nat konijn
Temidden van een school tonijn
“Tja”, sprak het het beest, "dat tomt er van
Als je de ta niet zeggen tan"
Spraak is volgens het woordenboek: het vermogen tot spreken. Binnen de logopedie heeft spraak te maken met de besturing van de spieren voor het spreken en met de uitspraak van klanken. Problemen ontstaan wanneer iemand (jong of oud) moeilijkheden heeft met de spraak; de desbetreffende persoon is soms slecht of niet verstaanbaar voor zijn omgeving.
Spraakstoornissen komen zowel bij kinderen als volwassenen voor. Hieronder volgt een beschrijving van de meest voorkomende spraakstoornissen.
Spraakstoornissen bij kinderen
1. Een verlate of vertraagde spraakontwikkeling
Een veel voorkomend probleem bij kinderen is een stoornis in de spraakontwikkeling. Deze kan te laat beginnen of te traag verlopen. Het gevolg is dat de kinderen slecht voor hun omgeving te verstaan zijn. Een veel voorkomende oorzaak van dit probleem is het verminderd horen van kinderen. Vaak komt dit doordat er vocht achter het trommelvlies zit. Dit wordt meestal behandeld door de KNO-arts door het plaatsen van trommelvliesbuisjes. Verminderd horen zorgt ervoor dat klanken op elkaar lijken waardoor het kind geen onderscheid kan maken tussen de verschillende spraakklanken. Spreken leer je door imitatie. Wanneer het voorbeeld onduidelijk is, kan een kind het natuurlijk niet goed nadoen. Er zijn ook andere redenen te noemen waarom kinderen problemen krijgen met hun spraakontwikkeling. Deze zijn o.a. algehele ontwikkelingsachterstand of –vertraging en gedragsproblemen.
Wanneer uw kind bij Logopediepraktijk Noordenveld komt vanwege spraakproblemen zal er een onderzoek volgen naar de uitspraak van klanken en woorden, de motoriek van de spraakspieren en eventueel aanvullend onderzoek naar de taalontwikkeling. Afhankelijk van de gevonden problemen zal er gewerkt worden aan het verbeteren van de spraak. Voor de behandeling van spraakproblemen zijn er vele mogelijkheden. De meest passende zal worden gekozen om de spraak te verbeteren.
2. Stotteren
Bij veel kinderen in de leeftijd van 3 tot 5 jaar komt een periode van onvloeiend spreken voor. Dit heeft te maken met het feit dat kinderen soms in hun hoofd goed weten wat ze willen vertellen, maar daar nog niet de juiste manier voor weten. Ook heeft het soms te maken met onvoldoende rijping van de motoriek van de spraakspieren. Meestal gaat dit stotteren weer over. Maar er zijn risicofactoren die er voor kunnen zorgen dat het stotteren blijft. In de logopediepraktijk wordt gekeken welke factoren een rol spelen. Meestal wordt er indirect gewerkt, d.w.z. er wordt niet direct iets met het jonge kind gedaan maar de ouders worden geïnformeerd en geïnstrueerd om hun spreekgedrag (tijdelijk) te veranderen. Deze tijdelijke aanpassing is nodig om het kind te helpen bij zijn spreken. Indien nodig, wordt er daarna nog iets met het kind zelf gedaan. Bij oudere kinderen wordt er wel direct gewerkt. De kinderen leren hun stotteren te herkennen en er mee om te gaan. Er wordt gezocht naar een manier waardoor het kind vloeiend(er) kan spreken. Ook aan pesten in de klas wordt aandacht besteed.

3. Slissen en lispelen

Bij het uitspreken van de klanken komt de tong tussen de tanden of kiezen. Meestal gebeurt dat bij de uitspraak van de letters: t, s en z. Dit probleem gaat vaak samen met verkeerd slikken (de tong gaat dan ook tussen de tanden), veel met open mond zitten en het zuigen op een duim of vingers. Bij het onderzoek wordt gekeken welke van bovenstaande factoren meespelen. In de behandeling zal gewerkt worden aan het normaliseren van het tonggebruik en aan het verbeteren van de mondfuncties.
4. Verstoorde nasaliteit
Onder verstoorde nasaliteit verstaan we: het teveel of te weinig aan lucht door de neus bij het spreken.In onze spraak zijn er drie klanken waarbij de lucht door de neus moet gaan. Dit zijn de n,m,ng. Wanneer iemand te weinig lucht door de neus laat gaan bij het spreken (gesloten neusspraak), klinkt een m als een b. Wanneer iemand te veel lucht door de neus laat gaan bij het spreken (open neusspraak), wordt bijvoorbeeld de letter s door de neus uitgesproken.
Oorzaken van verstoorde nasaliteit kunnen zijn:
een vergrote neusamandel
een tekort gehemelte
een lip-, kaak-, gehemelte spleet (schisis)
gewoonte
Essentieel voor de therapie is dat het gehemelte organisch goed kan functioneren. Indien dit allemaal goed werkt, wordt er in de therapie geoefend om de luchtstroom te leren sturen. Daarna wordt het toegepast bij het spreken.
Spraakstoornissen bij volwassenen
1. Stotteren
Net als bij kinderen komt stotteren ook bij volwassenen voor. Meestal hebben volwassenen al eerder hulp gezocht voor hun stotteren en ze willen erg graag vloeiend leren spreken. In het onderzoek wordt gekeken naar het stotterpatroon, de factoren die een rol spelen, factoren die het stotteren uitlokken of verergeren en naar de eigen gedachten over het stotteren. Ook wordt gekeken hoe het spreken in de diverse spreeksituaties gaat en ervaren wordt. In de behandeling wordt uitleg gegeven over het stotteren en hoe dit complexe probleem in een schema (het klinisch werkmodel stotteren) uitgelegd en verklaard kan worden. Door het verkregen inzicht kunnen mensen beter begrijpen waarom het de ene dag beter gaat dan de andere. Verder wordt er redelijk veel aandacht besteed aan de gedragsmatige aspecten van het stotteren en er wordt gezocht naar een manier om vloeiend(er) te kunnen spreken.
2. Broddelen
Broddelen kenmerkt zich door snel en slordig spreken, omslachtig een verhaal vertellen en haperingen in de spraak. De stoornis kan zowel bij kinderen als volwassenen optreden. In het onderzoek wordt gekeken naar het spreekpatroon, de uitspraak en naar factoren die het spreken beïnvloeden (zowel verbeteren als verslechteren). In de therapie wordt gewerkt aan het aanleren van een beter spreektempo, goede uitspraak van woorden en het verbeteren van de algemene articulatie.
3. Dysarthrie
Dysarthrie is een spraakstoornis die is ontstaan ten gevolge een neurologische stoornis. Te denken valt aan: een herseninfarct (CVA), ziekte van Parkinson, MS en ALS. De aard van de dysarthrie wordt bepaald door de oorzaak ervan. Bij spraakstoornissen ten gevolge een beroerte is er vaak nog (enig) herstel mogelijk. Bij een spraakstoornis ten gevolge van een neurologische ziekte is echt herstel niet mogelijk. Er kan wel worden gestreefd naar het behoud van de overgebleven spraak. Een vaak bijkomend verschijnsel bij dysarthrie zijn slikstoornissen. Wanneer iemand wordt aangemeld, zal er dus zowel naar de spraak als naar het slikken gekeken worden. Daarna volgt de therapie die gericht zal zijn op een zo goed mogelijke verstaanbaarheid en het zo veilig mogelijk maken van het slikken. Indien noodzakelijk zal er naar hulpmiddelen voor het spreken en of slikken worden gezocht.